Een bredere visie op verbondenheid in een gedeelde Nederlandse samenleving

“De golven van één zee”

DEN HAAG, 15 juli 2026 – Het gevoel ergens bij te horen wordt vaak gezien als iets dat je van je ouders hebt overgenomen, dat je verdiend of bewezen hebt, en dat bepaald wordt door een status die wordt toegekend wanneer iemand aan bepaalde wettelijke of culturele verwachtingen voldoet. Een initiatief van het Bureau Public Affairs van de Nederlandse Bahá’í-gemeenschap gaat echter uit van een andere premisse: dat ieder mens een rol te spelen heeft in de gezamenlijke toekomst van de samenleving.

Het initiatief, getiteld “Golven van één zee”, probeert niet vast te stellen wie als Nederlander kwalificeert. In plaats daarvan verschuift het de focus van identiteitsbegrip van een betwiste kwestie naar het gedeelde vermogen om bij te dragen: hoe kan iedereen, ongeacht zijn of haar achtergrond, deelnemen aan de ware welvaart van de samenleving en zich daardoor thuis voelen?

Hier ziet u een van de vele rondetafelgesprekken van de afgelopen jaren. Een veelgehoorde opvatting onder de jongeren die aan de gesprekken deelnamen, was dat wanneer mensen samenwerken en proberen elkaar vanuit verschillende perspectieven te begrijpen, verschillen niet alleen geen barrières meer vormen, maar juist een bron van kracht worden in vriendschappen.

Kimberley Truin, een medewerker van het Bureau, legt uit: “Pogingen om deze vraag te beantwoorden door de kenmerken van de Nederlandse identiteit te definiëren, creëren onvermijdelijk een ‘binnen-groep’ en een ‘buiten-groep’.”

“De samenleving is geen gastgroep waarin anderen hun plaats moeten vinden”, zei mevrouw Truin. “Het principe van de eenheid van de mensheid verandert het uitgangspunt”, voegt ze eraan toe, verwijzend naar een metafoor uit de bahá’í-geschriften. “De mensheid is als één lichaam, en elk deel heeft de capaciteiten die nodig zijn voor het welzijn van het geheel. Eenheid in verscheidenheid vereist daarom geen assimilatie, maar de participatie van iedereen.”

Dit perspectief verbreedt de gangbare opvatting van participatie, die vaak vooral wordt gemeten aan de hand van economische activiteit. Deelnemers wezen bijvoorbeeld op moeders die misschien niet actief zijn op de formele arbeidsmarkt, maar toch het leven in hun buurt versterken door voor elkaars kinderen te zorgen, gezinnen samen te brengen en de banden tussen buren te bevorderen.

Het initiatief is voortgekomen uit vele gesprekken over discriminatie, identiteit en sociale cohesie, in samenwerking met diverse maatschappelijke actoren en de Nationale Coördinator tegen Discriminatie en Racisme van Nederland. Het leidde tot een reeks rondetafelgesprekken waaraan honderden inwoners uit het hele land hebben deelgenomen. In die gesprekken stuitte het Bureau herhaaldelijk op een onderliggende vraag: wie wordt er als Nederlander beschouwd?

“Als je kunt en wilt bijdragen, voel je je ergens thuishoren en geeft dat betekenis aan je leven,” aldus een deelnemer uit Amsterdam.

Een impressie van een rondetafelgesprek dat is georganiseerd met de Nationale Coördinator tegen Discriminatie en Racisme van Nederland, waaraan jongeren deelnamen.

De gesprekken brachten ook de alledaagse obstakels aan het licht die mensen ervan kunnen weerhouden volledig deel te nemen: van scholen en werkplekken tot winkels, sportvelden, sociale media en openbare instellingen. Op een school in een landelijk gebied hadden de deelnemers aanvankelijk het gevoel dat discriminatie geen groot probleem was in hun omgeving. Naarmate het gesprek vorderde, begonnen ze echter minder zichtbare barrières te herkennen waarmee mensen in hun eigen straat te maken hebben en na te denken over hoe deze aangepakt zouden kunnen worden.

Voor het Bureau vereist het overwinnen van dergelijke barrières verandering op drie onderling verbonden niveaus: het individu, de gemeenschap en de instellingen.

Sherene Farag, lid van het Bureau, verklaart: “Instellingen vormen de publieke opinie, en wanneer hun werk niet gebaseerd is op de eenheid van de mensheid, zullen de scheidingen tussen ‘wij’ en ‘zij’ blijven bestaan.”

Mevrouw Farag voegt eraan toe: “Veel hangt af van hun bereidheid om mensen samen te brengen en inzichten uit de buurten te vertalen naar nationaal beleid, zonder de taken over te nemen die gemeenschappen zelf moeten leren uitvoeren.”

Elke benadering van inclusie schiet tekort, merkt het Bureau op, als er geen aandacht wordt besteed aan de eigenschappen die mensen in staat stellen goed samen te leven: geduld, toewijding en het vermogen om elkaar als gelijken te zien.

“Dit zijn de eigenschappen die een gemeenschap verder brengen dan tolerantie, naar liefde en acceptatie,” zegt mevrouw Farag.

Een deelnemer uit Amsterdam reflecteert op het verband tussen bijdrage, erbij horen en zingeving: Als je kunt en wilt bijdragen, voel je je ergens thuis en geeft dat betekenis aan je leven.

Jongeren hebben een bijzondere bereidheid getoond om inzichten uit de gesprekken in de praktijk te brengen. In Weert stelden jongeren voor om bijeenkomsten te organiseren waar buurtbewoners elkaars levensverhalen konden horen. In Utrecht begonnen plannen voor buurtforums voor nieuwkomers vorm te krijgen. Bij een taalschool voor 16- en 17-jarigen die Nederlands leren, verlieten de deelnemers de rondetafelbijeenkomst enthousiast om soortgelijke activiteiten in hun eigen buurt te starten.

Nasim, een jongere die zich inzet voor het bahá’í-initiatief van gemeenschapsopbouw, heeft ervaren hoe samenwerken harmonieuze relaties kan bevorderen tussen jongeren die normaal gesproken niet met elkaar in contact zouden komen. Door samen te werken en zinvolle vragen te bespreken, zo stelt hij, houden verschillen op barrières te vormen en kunnen er echte vriendschappen ontstaan.

“Als je steeds meer mensen met elkaar verbindt, betekent dat dat er minder mensen zijn die je uitsluit”, aldus Nasim.

De onderliggende hoop van de betrokkenen kwam tot uiting in de woorden van een 14-jarige deelnemer uit Weert: “Een nieuwe generatie zet een nieuwe standaard.”

Het Bureau is van plan om dit lopende gesprek het komende jaar uit te breiden naar meer buurten. De ervaringen die uit deze gesprekken voortkomen, zullen verder worden uitgewerkt in een publicatie, diverse podcasts en artistieke initiatieven.

Een impressie van enkele deelnemers aan een rondetafelgesprek in Utrecht.