Bahá’ís in Egypte wordt door de overheid en religieuze autoriteiten het recht op huwelijk, begrafenis en rechtspersoonlijkheid ontzegd, zo blijkt uit drie nieuwe VN-rapporten
Arabische vertaling
DEN HAAG, 23 februari 2026 – De “aanhoudende en systematische discriminatie” van bahá’ís in Egypte is aan het licht gebracht in een drietal rapporten van de Verenigde Naties, die alledrie deze maand zijn gepubliceerd. De rapporten bekritiseren de Egyptische burgerlijke en religieuze autoriteiten voor de decennialange vervolging van de bahá’í-minderheid en roepen op tot respect voor hun rechten.
Dr. Saba Haddad, vertegenwoordiger van de Bahá’í International Community (BIC) bij de VN in Genève, verwelkomt de meest recente VN-rapporten en zegt: “Drie VN-rapporten die tegelijkertijd zijn gepubliceerd en die het ernstige onrecht dat de bahá’ís in Egypte lijden, onthullen en veroordelen, tonen aan dat deze vervolging verergert en dat de gemeenschap een kritiek punt in haar lijden heeft bereikt.”
De Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten, de heer Volker Türk, heeft in zijn rapport de “aanhoudende en systematische discriminatie waarmee leden van de bahá’í-minderheid in Egypte te maken hebben” aan de kaak gesteld en opgeroepen tot een onmiddellijk einde. Bahá’ís worden “officieel niet erkend als personen voor de wet”, aldus het rapport van de Hoge Commissaris, ondanks de constitutionele garantie van godsdienstvrijheid in Egypte. Deze interventie volgt op een recente escalatie van decennialange systematische vervolging door middel van discriminerende beleidsmaatregelen en handelen–dat de ernst van de situatie onderstreept en de urgente noodzaak tot een veranderende houding door de Egyptische autoriteiten.
In het rapport van de heer Türk wordt opgemerkt dat bahá’ís, omdat ze in Egypte geen wettelijke status en adequate waarborgen hebben, hun huwelijk niet kunnen registreren, niet kunnen deelnemen aan het culturele leven van hun gemeenschap en met andere beperkingen te maken hebben.
Bahá’ís hebben in het verleden geprobeerd om via een geregistreerd partnerschap buiten Egypte te trouwen, zodat ze als gehuwd stel in het land konden samenleven. Ze ontdekten echter dat het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken een verordening had uitgevaardigd die bahá’ís het recht ontzegde om deze huwelijken te laten bekrachtigen.
En in een aparte kwestie, nadat het Ministerie van Justitie bahá’ís had geadviseerd om via de rechter in beroep te gaan om hun status op hun identiteitsbewijs te laten wijzigen naar ‘gehuwd’, wat bahá’ís vervolgens jarenlang konden doen, bleek in 2022 dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken deze beroepen begon te blokkeren. Bahá’ís die dit in het verleden wel hadden kunnen doen, ontdekten dat hun status op hun nieuwe identiteitsbewijs weer teruggezet werd naar ‘ongehuwd’.
De menselijke tol van de vervolging van bahá’ís in Egypte is enorm. Het kind van een mannelijke bahá’í, getrouwd met iemand die geen bahá’í is, wordt op verschillende scholen de toegang tot onderwijs ontzegd vanwege het geloof van de vader. Een alleenstaande moeder van twee kinderen dreigt Egypte te worden uitgezet en van haar kinderen te worden gescheiden, omdat een van haar ouders geen Egyptisch staatsburger is; als bahá’í wordt haar het staatsburgerschap geweigerd, ondanks dat ze aan alle voorwaarden en criteria van de Egyptische overheid voldoet.
De speciale VN-rapporteur voor vrijheid van godsdienst of overtuiging, Nazila Ghanea, en de speciale VN-rapporteur voor minderheden, Nicolas Levrat, hebben in hun rapporten voorafgaand aan de volgende zitting van de VN-Mensenrechtenraad ook aandacht besteed aan de situatie van de bahá’ís in Egypte.
De bevindingen van dr. Ghanea, die zich richten op de schending van begrafenisrechten voor minderheden wereldwijd, wezen erop dat het Bahá’í-geloof in Egypte verboden is sinds het presidentiële decreet van Gamal Abdel Nasser uit 1960. Bahá’ís hebben sinds dat decreet geen begraafplaatsen meer kunnen verwerven en mogen geen openbare graven gebruiken. Dit heeft ertoe geleid dat bahá’ís gedwongen worden de stoffelijke resten van hun dierbaren rechtop te begraven in overvolle graven op een historische bahá’í-begraafplaats.
Het rapport van dr. Levrat beschrijft dat bahá’ís in Egypte geen vermelding van hun geloof mogen maken op officiële documenten, wat in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake burgerlijke en Politieke Rechten, waar Egypte partij bij is. De discriminatie waarmee bahá’ís te maken hebben “moet krachtig worden veroordeeld en onmiddellijk worden gestopt”, voegt dr. Levrat eraan toe.
“Bahá’ís in Egypte hebben solidariteit nodig van de internationale gemeenschap, het maatschappelijk middenveld, de media en iedereen die streeft naar gerechtigheid”, aldus dr. Haddad. “Wanneer VN-functionarissen en -deskundigen tegelijkertijd de benarde situatie van Egyptische bahá’ís erkennen, die nog steeds worden beroofd van hun fundamentele rechten en vrijheden, betekent dit dat het tijd is voor de Egyptische autoriteiten om te stoppen met toegeven aan reactionaire religieuze elementen en om decennia van discriminerende anti-bahá’í-wetten en -beleid ongedaan te maken. Verschillende landen in de regio nemen prijzenswaardige stappen om co-existentie en inclusief burgerschap te bevorderen.”
De veiligheidsdienst heeft de afgelopen tijd ook het aantal willekeurige verhoren en arrestaties van bahá’ís opgevoerd.
Dr. Ghanea merkt in haar rapport ook op dat fatwa’s van de Al-Azhar-universiteit, de belangrijkste religieuze autoriteit van Egypte, bahá’ís de toegang tot openbare begraafplaatsen hebben ontzegd en hun marginalisering in de Egyptische samenleving hebben versterkt. In april 2025 publiceerden elf VN-deskundigen een brief met beschuldigingen aan het adres van de Egyptische regering, waarin de vervolging van bahá’ís gedetailleerd wordt beschreven. Egypte ontkende de beschuldigingen – een ontkenning die door de ervaringen van de gemeenschap als onjuist wordt ontmaskerd.
“Alle drie deze VN-rapporten dienen als een duidelijke waarschuwing aan de Egyptische autoriteiten”, aldus dr. Haddad. “We roepen de internationale gemeenschap op om de aanbevelingen van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN en de speciale VN-rapporteurs over te nemen en Egypte ter verantwoording te roepen voor zijn nationale en internationale mensenrechtenverplichtingen.”
“De Egyptische autoriteiten moeten ook stoppen met hun nieuwste surveillancetactieken en pogingen tot dwang – bedoeld om angst te zaaien binnen de bahá’í-gemeenschap en onder vrienden en buren van bahá’ís – die beide flagrante schendingen van de burgerrechten vormen,” voegt ze eraan toe.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
- Saba Haddad, Representative, Geneva, shaddad@bic.org, +41783082219 (English & Arabic)
- Rachel Bayani, Principal Representative, New York, uno-nyc@bic.org, +1212-803-2519 (English, French, German)
- Karlijn van der Voort, woordvoerder Nederlandse Bahá’í-gemeenschap, karlijn.vandervoort@bahai.nl, 06 410 448 72 (Nederlands, Engels)


