Iran maakt bahá’ís tot zondebokken en zet zelfs een zwangere vrouw in de gevangenis
Perzische vertaling
DEN HAAG, 22 mei 2026 – Boshra Mostafavi, een zwangere bahá’í uit Rafsanjan, in het zuidoosten van Iran, is een van de tientallen bahá’ís die de afgelopen maanden zijn aangehouden en gevangengezet, nu de Islamitische Republiek een steeds heviger wordende campagne van wrede vervolging tegen deze religieuze minderheid voert.
Boshra is een van de bijna 80 bahá’ís die sinds het uitbreken van het conflict in februari te maken hebben gehad met aanhouding, arrestatie en gevangenschap, in het kader van een steeds verder om zich heen grijpende reeks schendingen van de mensenrechten door de Iraanse autoriteiten. Er zijn recentelijk meer dan 400 gevallen gemeld van door de staat gesteunde mensenrechtenschendingen tegen bahá’ís in heel Iran, waaronder arrestaties en aanhoudingen, gewelddadige huiszoekingen, onrechtmatige inbeslagnames van eigendommen en belemmering van de rechtsgang door gerechtelijke autoriteiten.
De Bahá’í International Community (BIC) heeft de afgelopen weken ook melding gemaakt van de ernstige en verontrustende gevallen van Peyvand Naimi en Borna Naimi, twee neven uit Kerman, die te maken hebben gehad met wrede vormen van marteling, schijnexecuties en gedwongen bekentenissen in verband met vermeende misdaden die zij niet hebben begaan.
“Het is bijna onvoorstelbaar dat de Iraanse regering, nu het land op alle fronten met steeds grotere crises wordt geconfronteerd, ervoor heeft gekozen haar aandacht niet te richten op de behoeften van haar burgers, maar op de verdere vervolging van een onschuldige gemeenschap waarvan de onschuld door de wereld ondubbelzinnig is erkend,” aldus Simin Fahandej, vertegenwoordiger van de BIC bij de Verenigde Naties in Genève.
“Leiderschap wordt niet afgemeten aan de macht die een regering over haar burgers uitoefent, maar aan de manier waarop zij haar middelen inzet om haar bevolking mondiger te maken,” voegde mevrouw Fahandej eraan toe. “Leiderschap mag niet worden gebruikt om mensen te onderdrukken vanwege hun overtuigingen, hun etniciteit of hun geslacht, of om de chaos van de oorlog als dekmantel te gebruiken voor ernstige schendingen van de mensenrechten.”
Boshra Mostafavi werd enkele jaren geleden voor het eerst gearresteerd en werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs, maar het Openbaar Ministerie ging in beroep tegen deze uitspraak en kreeg de vrijspraak op 25 april 2026 vernietigd. Ze moet nu vier maanden in de gevangenis van Kerman doorbrengen terwijl ze in verwachting is.
In een volstrekt onomstotelijk demonstratie dat religieuze vooroordelen de enige drijfveer zijn voor de vervolging van de bahá’ís, zou een rechter in het beroep van het Openbaar Ministerie tegen de vrijspraak hebben gezegd dat “u bahá’í bent, en in een islamitisch land moet u de prijs betalen voor het feit dat u bahá’í bent.” Twee andere bahá’í-vrouwen, Didar Ahmadi en Nahid Naimi, die waren gearresteerd, vrijgesproken en vervolgens samen met Boshra opnieuw in hechtenis genomen, zijn op 25 april eveneens aan hun straf begonnen.
De verzoeken van Boshra om verlof uit de gevangenis, onder meer voor medische afspraken en een noodzakelijk medisch onderzoek in verband met haar zwangerschap, zijn afgewezen. De Iraanse regering zou Boshra op zijn minst moeten toestaan om op 30 mei een medisch onderzoek in verband met haar zwangerschap bij te wonen.
Shakila Ghasemi, een 26-jarige vrouw uit Kerman die al meer dan 100 dagen vastzit en minstens 10 weken in eenzame opsluiting heeft doorgebracht, behoort ook tot de tientallen mensen die de afgelopen maanden zijn gearresteerd. Shakila heeft sinds haar arrestatie op 2 februari nauwelijks of geen contact gehad met haar familie, nadat haar huis was doorzocht door agenten in burger en haar bezittingen in beslag waren genomen.
Toen Shakila’s familie na het uitbreken van het laatste conflict op 28 februari om verlof voor haar vroeg bij de gevangenis van Kerman, antwoordden de autoriteiten: “Er wordt geen enkele bahá’í-gevangene vrijgelaten.“ Tientallen andere gewetensgevangenen en veroordeelde criminelen kregen in deze periode wel verlof.
Sommige bahá’ís kampen met medische noodsituaties als gevolg van langdurige eenzame opsluiting en het onthouden van medische zorg, evenals met extreme stress doordat zij worden vastgehouden zonder contact met hun familie, juridische bijstand of een eerlijk proces.
Twee van de meest schrijnende gevallen betreffen Peyvand Naimi, een zwemmer, die op 8 januari op valse beschuldigingen van het aanzetten tot onrust werd gearresteerd en in een faciliteit van de Islamitische Revolutionaire Garde werd vastgehouden voordat hij naar de gevangenis werd overgebracht. Peyvand werd minstens tien dagen achter elkaar gemarteld. Hij werd 48 uur lang aan handen en voeten vastgebonden, kreeg geen eten en drinken en moest twee schijnexecuties ondergaan. Hij zit nog steeds in de gevangenis van Kerman en wordt vastgehouden zonder eerlijk proces.
Peyvands neef, Borna, een karatekampioen en vader van een driejarig kind, werd op 1 maart gearresteerd. De agenten van de Revolutionaire Garde die hem ondervroegen, onderwierpen hem aan elektrische schokken, waardoor hij ernstige brandwonden aan zijn voeten en benen opliep, en voerden twee schijnexecuties op hem uit.
Schijnexecuties zijn ernstige vormen van psychische marteling en zijn volgens het internationaal recht verboden.
“Het is buitengewoon wreed om een onschuldige zwangere vrouw achter de tralies te zetten – daarmee wordt niet alleen haar gestraft, maar ook het ongeboren kind dat ze draagt”, aldus mevrouw Fahandej.
“De Iraanse leiders moeten eindelijk de waarheid onder ogen zien: elk van de 90 miljoen mensen binnen hun landsgrenzen heeft recht op volledige en gelijke mensenrechten, en voor elk van hen dragen zij de verantwoordelijkheid. Het uitdragen van de diversiteit van Iran op het wereldtoneel heeft weinig betekenis als diezelfde diversiteit achter gesloten deuren wordt beantwoord met gevangenisstraffen, intimidatie en discriminatie. “Het buitengewone mozaïek van culturen, identiteiten en overtuigingen in Iran zou een bron van oprechte nationale trots moeten zijn, die niet alleen in woorden, maar ook in daden tot uiting komt,” zei mevrouw Fahandej.
“We roepen de Iraanse regering op om Boshra onvoorwaardelijk vrij te laten vóór haar volgende medische afspraak op 30 mei,” voegde mevrouw Fahandej eraan toe, “en om alle bahá’ís vrij te laten die de afgelopen weken zijn opgesloten omdat de Iraanse autoriteiten hen op wrede wijze als zondebok willen gebruiken tijdens een crisis.”
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
- Karlijn van der Voort, Woordvoerder Bahá’í-gemeenschap Nederland, karlijn.vandervoort@bahai.nl, 0641044872
- Simin Fahandej, Representative to the United Nations, Geneva, geneva@bic.org, +41227985400 (English & Persian)
- Rachel Bayani, Principal Representative to the United Nations, New York, uno-nyc@bic.org, +19297870437 (English, French, German)
Bron: https://www.bic.org/news/iran-jails-bahais-pregnant-woman-included-amid-scapegoating


