115 Europese parlementariërs dringen er bij Egypte op aan een einde te maken aan religieuze discriminatie en de rechten van bahá’ís te garanderen

Arabische vertaling

DEN HAAG, 29 juli 2026 – Parlementsleden uit heel Europa zijn “diep bezorgd over de behandeling van bahá’ís in Egypte”, zo blijkt uit een gezamenlijke verklaring ondertekend door 115 leden van het Europees Parlement en nationale parlementen uit heel Europa. De ondertekenaars roepen de Egyptische autoriteiten ook op om “de vrijheid van godsdienst of overtuiging” in het land volledig te waarborgen voor bahá’ís, Koptische christenen en alle religieuze minderheden.

In de gezamenlijke verklaring stellen de wetgevers vast dat bahá’ís in Egypte “te maken hebben met grootschalige, door de staat gesteunde discriminatie en vervolging”. Ze delen de zorgen die onlangs zijn geuit door de Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten en de speciale VN-rapporteurs over de ontzegging van fundamentele burgerrechten, waaronder het feit dat bahá’ís “het recht op een begrafenis wordt ontzegd, waardoor ze zowel tijdens hun leven als na hun dood hun rechten worden ontnomen”. De verklaring wijst ook op de belemmeringen bij het verkrijgen van de verplichte identiteitskaarten, het verbod op het registreren van bahá’í-huwelijken en de surveillance en intimidatie door de veiligheidsdiensten.

“We verwelkomen deze verdere blijk van steun van parlementariërs in heel Europa en van alle partijen”, aldus Alessandro Benedetti, vertegenwoordiger van de Bahá’í International Community (BIC) bij de Europese instellingen. “Deze verklaring is des te krachtiger vanwege de timing, nu de Europese Unie en de Egyptische regering hun banden verder aanhalen. Bahá’ís in Europa en de rest van de wereld hopen dat de Egyptische regering zal begrijpen dat de bahá’ís een vreedzame gemeenschap zijn, loyaal aan hun land, en dat zij slechts dezelfde rechten nastreven als hun medeburgers om een ​​constructieve bijdrage te leveren aan hun samenleving.”

Hoewel de Egyptische grondwet de vrijheid van geloof garandeert, merkt de verklaring op dat aanhoudende tekortkomingen in de implementatie ertoe leiden dat zowel erkende als niet-erkende religieuze minderheden geen effectieve wettelijke bescherming genieten en niet in staat zijn hun religie of geloof vrijelijk te belijden, te veranderen of aan te nemen.

Eerder deze maand schreef Nikos Papandreou, lid van het Europees Parlement, die de Egyptische bahá’ís ontmoette tijdens een bezoek van een EP-delegatie aan Egypte, in een opiniestuk van Euronews dat de bahá’ís in Egypte “volledig buiten de [wettelijke] erkenning vallen”, waardoor hen fundamentele burgerrechten en de mogelijkheid om een ​​normaal leven te leiden worden ontnomen. Hij riep de Egyptische regering op ervoor te zorgen dat vreedzame religieuze groeperingen gelijke wettelijke rechten genieten, met het argument dat de bescherming van minderheden ‘de sociale cohesie versterkt’.

De speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, mevrouw Kajsa Ollongren, heeft ook herhaaldelijk haar bezorgdheid geuit over de situatie van bahá’ís in Egypte. Zij stelde dat de omstandigheden “verslechterd” waren doordat de autoriteiten “de beperkingen hadden aangescherpt”, onder meer door bahá’í-huwelijken niet langer te erkennen.

Al meer dan zestig jaar, sinds een presidentieel decreet uit 1960, worden bahá’ís in Egypte door fatwa’s van Al-Azhar en overheidsbeleid belemmerd in het verkrijgen van nieuwe begraafplaatsen. Leden van de bahá’í-gemeenschap ondervinden ook grote problemen bij het verkrijgen van digitale identiteitskaarten, die nodig zijn voor alle aspecten van het leven, omdat ze hun religie niet op de kaart mogen vermelden. Een eerder beleid om een ​​streepje (-) op de kaart te plaatsen in plaats van religie – wat bahá’ís in theorie had moeten helpen discriminatie te voorkomen – werd juist een teken dat leidde tot nog ernstigere vormen van vervolging. En bahá’í-echtparen kunnen hun huwelijk niet registreren – een onrechtvaardig beleid dat ertoe heeft geleid dat sommige gezinnen gedwongen van elkaar gescheiden zijn.

“De Egyptische grondwet garandeert vrijheid van godsdienst en overtuiging, en zelfs president Abdel Fattah el-Sisi heeft gezegd dat de rechten van alle minderheden in Egypte beschermd moeten worden. Toch wordt de Bahá’í-gemeenschap nog steeds geconfronteerd met beperkingen die moeilijk te verenigen zijn met deze beginselen. Dit gebeurt in een tijd waarin toonaangevende landen in de regio gestaag beleid voeren dat co-existentie, tolerantie en respect voor diversiteit bevordert”, aldus de heer Benedetti.

Hij voegde eraan toe: “Egyptische bahá’ís streven slechts naar dezelfde rechten als hun medeburgers: hun dierbaren met waardigheid begraven, hun huwelijken registreren, geldige identiteitsdocumenten verkrijgen en in vrede leven. Het beëindigen van deze beperkingen is niet moeilijk en vereist zelfs geen wetswijziging van Egypte. Het vereist alleen dat de regering haar belofte van gelijkheid voor alle burgers nakomt en de visie van haar leiderschap omzet in concrete actie.”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

  • Karlijn van der Voort, woordvoerder Nederlandse Bahá’í-gemeenschap, Den Haag, karlijn.vandervoort@bahai.nl, 0641044872
  • Alessandro Benedetti, Representative, Brussels, abenedetti@bic.org, +32 494 745 632 (English & Italian)
  • Saba Haddad, Representative, Geneva, shaddad@bic.org, +41 78 308 2219 (English & Arabic)

Bron: https://www.bic.org/news/115-european-parliamentarians-urge-egypt-end-religious-discrimination-and-guarantee-bahai-rights

_