Kamermotie geeft belangrijke steun aan religieuze minderheden in Egypte
DEN HAAG, 2 juli 2026 –
Met waardering en hoop hebben wij kennisgenomen van de motie die de Tweede Kamer op 11 juni heeft aangenomen over de bescherming van religieuze minderheden in Egypte. De motie vraagt de Nederlandse regering om zich binnen de Europese Unie actief in te zetten voor verbetering van de positie van religieuze minderheden, waaronder bahá’ís en Koptische christenen, en om vrijheid van godsdienst en levensovertuiging nadrukkelijk aan de orde te stellen in de samenwerking tussen de EU en Egypte.
De Tweede Kamer constateert in de motie dat verschillende religieuze minderheden in Egypte nog altijd te maken hebben met discriminatie, beperkingen van hun vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en onvoldoende rechtsbescherming. Door deze zorgen expliciet te benoemen en te koppelen aan de dialoog tussen de Europese Unie en Egypte, geeft de Kamer een krachtig signaal af dat mensenrechten en gelijke behandeling niet los kunnen worden gezien van internationale samenwerking.
Voor religieuze minderheden in Egypte is deze parlementaire uitspraak van betekenis. Zij laat zien dat hun situatie wordt gezien en erkend door democratische instellingen buiten Egypte. Internationale aandacht voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging draagt bij aan bewustwording, versterkt de positie van mensenrechtenverdedigers en kan overheden stimuleren verdere stappen te zetten richting gelijke behandeling en rechtsbescherming voor alle burgers.
Met name voor de bahá’í-gemeenschap, die al decennialang te maken heeft met juridische en maatschappelijke beperkingen, en voor Koptische christenen, die regelmatig worden geconfronteerd met discriminatie en belemmeringen in de uitoefening van hun geloof, biedt deze motie een belangrijke vorm van morele en politieke steun.
De aangenomen motie onderstreept tevens de belangrijke rol die Nederland en de Europese Unie kunnen spelen bij het bevorderen van vrijheid van godsdienst en levensovertuiging wereldwijd. Door deze rechten consequent onderdeel te maken van diplomatieke en ook van economische betrekkingen, wordt bijgedragen aan een samenleving waarin diversiteit wordt gerespecteerd en iedere burger gelijke bescherming geniet onder de wet. Expliciet benoemt de motie nog dat de Kamer over de inzet geïnformeerd wil worden.
De steun van de Tweede Kamer is daarom niet alleen een principiële uitspraak, maar ook een bemoedigend signaal aan religieuze minderheden in Egypte dat hun rechten en waardigheid internationale aandacht en ondersteuning blijven ontvangen.
Karlijn van der Voort, Bahá’í-gemeenschap Nederland
Wimco Ester, Open Doors


