Zie Perzische vertaling
DEN HAAG, 3 februari 2026 – In een tijd waarin de roep van het Iraanse volk om gerechtigheid en verbetering van hun land wordt beantwoord met geweld, onderdrukking en vele mensen die hun leven verliezen, is de Bahá’í International Community (BIC) gealarmeerd door de toenemende pogingen van de Iraanse regering om bahá’ís als zondebok te maken gedurende een tijd van nationale crisis. Dit is in lijn met haar aloude patroon, zowel in de staatsmedia als door middel van toenemende vervolging.
Tijdens elke nationale crisis sinds de Islamitische Revolutie van 1979, of deze nu sociaal, economisch of politiek van aard was, hebben de Iraanse autoriteiten de bahá’ís steevast en systematisch tot zondebok gemaakt door middel van valse beschuldigingen en gecoördineerde desinformatie- en haatcampagnes. Ook deze keer is dat niet anders.
De afgelopen week zijn er op de staatszender Channel 2 programma’s uitgezonden met valse beschuldigingen aan het adres van de bahá’í-gemeenschap, waaronder overduidelijk afgedwongen bekentenissen van bahá’ís die onder dwang zijn verkregen. Dit ging gepaard met berichten over een toename van arrestaties en detenties van bahá’ís in het hele land.
Op 1 februari werden de zogenaamde “bekentenissen” van twee bahá’ís, die betrekking hadden op de protesten – bekentenissen die overduidelijk onder druk en dwang zijn verkregen – uitgezonden door de Iraanse staatsomroep IRIB, het belangrijkste staatsmedium van het regime. Mensenrechtenorganisaties documenteren al jaren de praktijk van gedwongen bekentenissen in Iraanse gevangenissen, waar gedetineerden onder druk worden gezet, bedreigd en zelfs gemarteld om valse bekentenissen af te leggen. Het uitzenden van dergelijke gedwongen bekentenissen op de staatstelevisie is een belangrijke escalatie in de campagne van de Iraanse regering tegen de bahá’í-gemeenschap.
Al decennialang proberen de Iraanse autoriteiten de vervolging van de bahá’ís te rechtvaardigen door middel van haatzaaiende uitspraken en het aanwijzen van zondebokken. Zowel Iraniërs als de internationale gemeenschap erkennen echter steeds meer de ongefundeerdheid van deze beschuldigingen, aangezien de autoriteiten nooit ook maar een greintje bewijs hebben geleverd om hun beweringen te staven.
“Dit is weer een poging van de Iraanse regering om de waarheid te verdraaien en leugens aan haar eigen bevolking voor te schotelen. Maar deze poging is een nieuwe, afgezaagde poging en de ongegrondheid ervan is bewezen. Tijdens elke periode van nationale crisis, of die nu sociaal, economisch of politiek van aard was, hebben de Iraanse autoriteiten de bahá’ís steevast en systematisch tot zondebok gemaakt,” aldus mevrouw Fahandej, BIC-vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in Genève.
Zij geeft voorts aan: “De bahá’í-gemeenschap is vaak een van de eersten die valselijk wordt beschuldigd, tot zondebok wordt gemaakt en het doelwit wordt van gecoördineerde desinformatie- en haatcampagnes. Dit is een terugkerend patroon en we zien het nu weer gebeuren.”
“De bahá’ís in Iran hebben, ondanks de valse beschuldigingen en wrede vervolgingen waarmee ze te maken hebben gehad, altijd blijk gegeven van veerkracht en dienstbaarheid aan hun land en hebben nooit met geweld gereageerd”, voegt mevrouw Fahandej eraan toe. “Gebaseerd op de principes van hun geloof hebben de bahá’ís in Iran geweld gedurende de decennia van ondraaglijke vervolging resoluut verworpen. Ze hebben geweigerd hun toevlucht te nemen tot de haatdragende en onrechtvaardige tactieken van hun vervolgers. Hun weigering om hun geloof te verloochenen in ruil voor wereldse voordelen toont hun toewijding aan hun principes en bovenal aan het principe van waarheid. Hun verlangen naar rechten is ingegeven door de wens om bij te dragen aan het welzijn van hun land, een land dat zij als heilig beschouwen.”
Tijdens de recente speciale zitting van de VN-Mensenrechtenraad in Genève over Iran, merkte de BIC op dat, naast de decennialange ervaring van vervolging van de bahá’í-gemeenschap, veel meer mensen in Iran nu met onrecht worden geconfronteerd. De BIC betuigde haar medeleven naar aanleiding van berichten over dodelijke slachtoffers in het hele land.
“Alle Iraniërs in het hele land, ongeacht religie, etniciteit of achtergrond, verdienen het om een doorslaggevende rol te spelen in de vorming van hun land. Dit is een fundamenteel mensenrecht dat door geen enkele regering kan worden afgenomen”, aldus mevrouw Fahandej.
“De bahá’í’s in Iran hebben veertig jaar lang onrecht en vervolging doorstaan en zijn toegewijd aan Iran uit liefde voor hun land en hun verlangen om te werken aan de vooruitgang en het welzijn ervan”, voegt ze eraan toe. “De BIC roept de internationale gemeenschap op om het zoeken naar zondebokken en de vervolging van de bahá’ís ondubbelzinnig te veroordelen en op te komen voor gerechtigheid voor alle inwoners van Iran.”
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
- Simin Fahandej, UN Representative, Geneva, geneva@bic.org, +41227985400 (English & Persian)
- Rachel Bayani, Principal Representative, New York, uno-nyc@bic.org, +19297870437 (English, French, German)
- Karlijn van der Voort, woordvoerder Nederlandse Bahá’í-gemeenschap, karlijn.vandervoort@bahai.nl, 06-41 04 48 72 (Nederlands, Engels)
Bron: https://www.bic.org/news/bahais-iran-face-scapegoating-and-incitement-hatred-midst-national-crisis

