Qatar: 5 jaar celstraf voor prominente bahá’í wegens valse beschuldigingen
Beëindig religieuze discriminatie; bescherm de rechten van minderheden
Arabische vertaling
DEN HAAG, 16 augustus 2025 – Een rechtbank in Doha heeft de voorzitter van de Nationale Geestelijke Raad van de Bahá’ís in Qatar op 13 augustus 2025 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, uitsluitend op basis van het uitoefenen van zijn recht op vrijheid van meningsuiting en godsdienst, aldus de Bahá’í International Community en Human Rights Watch vandaag. De Qatarese autoriteiten moeten de veroordeling dringend vernietigen en hem vrijlaten.
De autoriteiten van Qatar hebben de 71-jarige Remy Rowhani aangeklaagd wegens het promoten van een doctrine of ideologie die “de fundamenten en leringen van de islam in twijfel trekt” op grond van artikel 259 van het Wetboek van Strafrecht.
Ze beschuldigden hem er ook van dat hij sociale principes en waarden heeft geschonden door gebruik te maken van informatietechnologie, op grond van artikel 8 van de Wet ter voorkoming van cybercriminaliteit uit 2014, en dat hij materiaal heeft verspreid dat de aanname van ‘destructieve principes’ aanmoedigt en bevordert, op grond van artikel 47(b) van de Wet op publicaties en uitgeven uit 1979, op basis van gerechtelijke documenten die Human Rights Watch heeft ingezien.
“Het vijf jaar lang gevangen houden van Remy Rowhani, op basis van een reeks valse aanklachten die uitsluitend geworteld zijn in zijn religieuze identiteit en activiteiten binnen de Qatarese Bahá’í-gemeenschap, is een ernstige schending van de mensenrechten”, aldus Saba Haddad, vertegenwoordiger van de Bahá’í International Community bij de Verenigde Naties in Genève. “Deze aanval op Remy Rowhani is een aanval op alle bahá’ís in Qatar – en op het principe van de vrijheid van geweten.”
Het Bahá’í-geloof omvat alle geloven en gelooft in de eenheid van alle mensen. Bahá’í-volgelingen worden in de regio vaak gediscrimineerd en in Iran vervolgd.
De aanklachten zijn gebaseerd op een X-account en een Instagram-account die de Qatarese Bahá’í-gemeenschap vertegenwoordigen en die gekoppeld zijn aan Rowhani’s telefoonnummer en e-mailadres. Human Rights Watch heeft de berichten beoordeeld, die zich beperkten tot het vieren van Qatarese en islamitische feestdagen en bahá’í-waarden. De Bahá’í International Community zei dat de berichten “principes zoals rechtvaardigheid en de gelijkheid van mannen en vrouwen, het eren van ouders en het opvoeden van kinderen met goede manieren, en het oproepen tot goede daden en dienstbaarheid aan de mensheid” bespraken.
De Qatarese autoriteiten beweren dat Rowhani de openbare orde en religieuze en sociale waarden schond door bahá’í-waarden op sociale media te promoten, gebaseerd op gerechtelijke documenten die Human Rights Watch heeft ingezien.
De Qatarese autoriteiten demoniseren bahá’ís stelselmatig op basis van islamitische regels die waarschijnlijk haat tegen hen aanwakkeren, aldus de Bahá’í International Community en Human Rights Watch.
Rowhani werd op 28 april 2025 gearresteerd en zat sindsdien in voorarrest. Een goed geïnformeerde bron vertelde Human Rights Watch dat de rechtbank het verzoek van Rowhani’s advocaat om de processtukken met de aanklachten en het bewijs tegen Rowhani in te zien, heeft afgewezen. De rechtbank heeft Rowhani’s advocaat ook niet toegestaan zijn cliënt te verdedigen tijdens een eerste hoorzitting op 18 juni of toegang te krijgen tot juridische documenten, aldus de bron.
In de gerechtelijke documenten werd ook beweerd dat Rowhani donaties inzamelde en geld overmaakte zonder vergunning ten behoeve van bahá’ís en bahá’í-instellingen in het buitenland, een regeling die de autoriteiten al kenden, aldus de geïnformeerde bron. Rowhani was eerder al gearresteerd op 23 december 2024 en kreeg een boete van 50.000 Qatarese rial (ongeveer 13.700 US dollar) en een maand gevangenisstraf voor het inzamelen van geld in 2013 en 2014 “zonder toestemming van de Raad van Bestuur [van de Regelgevende Autoriteit voor Liefdadigheidsactiviteiten]”, aldus de gerechtelijke documenten.
Deze aanklacht was gebaseerd op het feit dat Rohani vrijwillige donaties inzamelde, een religieuze verplichting die centraal staat in het Bahá’í-geloof. Het recht van bahá’ís om hun religie te belijden, zowel in het openbaar als privé, in Qatar en elders, wordt beschermd door artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
Qatar heeft een lange geschiedenis van discriminatie tegen bahá’ís, onder meer door deportatie, het vertragen van pogingen van de gemeenschap om een bestaande bahá’í-begraafplaats te herbouwen en het weigeren om huwelijksakten te registreren die zijn uitgegeven door verkozen bahá’í-instellingen in Qatar. Bahá’ís worden ook gediscrimineerd in Egypte en Jemen, en vervolging is een misdaad tegen de menselijkheid in Iran.
VN-deskundigen op het gebied van vrijheid van godsdienst van overtuiging, de bevordering en bescherming van het recht op vrijheid van mening en meningsuiting, het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en op het gebied van culturele rechten, en de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie, hebben in een gezamenlijke verklaring op 31 juli hun zorgen geuit over discriminatie van de bahá’í-religieuze minderheid in Qatar en over de willekeurige arrestatie en detentie van Rowhani.
“Dit schandalige vonnis toont aan dat Qatar zijn aanval op de bahá’ís opvoert, ondanks dat het zichzelf probeert te presenteren als open, tolerant en inclusief”, aldus Michael Page, adjunct-directeur Midden-Oosten bij Human Rights Watch. “De Qatarese autoriteiten moeten de fundamentele vrijheden respecteren en Rohani onmiddellijk vrijlaten.”
Meer documentatie van Human Rights Watch over Qatar vindt u hier: https://www.hrw.org/middle-east/north-africa/qatar
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
- Human Rights Watch, in New York, Michael Page (English, Arabic): +1-646-630-5062 (mobile); or pagem@hrw.org. X: @MichaelARPage
- Baha’i International Community, in Geneva, Saba Haddad (English & Arabic): +41-78-308-22-19 (mobile); or shaddad@bic.org
- Nederlandse Bahá’í-gemeenschap, in Den Haag, Karlijn van der Voort (Nederlands en Engels): 06-41044872; of karlijn.vandervoort@bahai.nl
Bron: https://www.bic.org/news/qatar-5-year-sentence-bahai-dignitary-abusive-charges