Bahá’ís in Egypte wordt door de overheid en religieuze autoriteiten het recht op huwelijk, begrafenis en rechtspersoonlijkheid ontzegd, zo blijkt uit drie nieuwe VN-rapporten
Arabische vertaling
DEN HAAG, 23 februari 2026 – De “aanhoudende en systematische discriminatie” van bahá’ís in Egypte is aan het licht gebracht in een drietal rapporten van de Verenigde Naties, die alledrie deze maand zijn gepubliceerd. De rapporten bekritiseren de Egyptische burgerlijke en religieuze autoriteiten voor de decennialange vervolging van de bahá’í-minderheid en roepen op tot respect voor hun rechten. Lees meer
Tijdens nationale crisis worden de bahá’ís tot zondebok gemaakt en worden mensen aangespoord tot haat tegen de bahá’ís
Zie Perzische vertaling DEN HAAG, 3 februari 2026 – In een tijd waarin de roep van het Iraanse volk om gerechtigheid en verbetering van hun land wordt beantwoord met geweld, onderdrukking en vele mensen die hun leven verliezen, is de Bahá’í International Community (BIC) gealarmeerd door de toenemende pogingen van de Iraanse regering om bahá’ís […]
Iran: het rechtssysteem als wapen om bahá’ís te vervolgen
Golf van willekeurige arrestaties, inbeslagnames van eigendommen
DEN HAAG, 10 december 2025 – De Iraanse autoriteiten voeren hun onderdrukking van bahá’ís op, met een recente reeks strenge gevangenisstraffen en inbeslagnames van bezittingen, aldus de Bahá’í International Community (BIC) en Human Rights Watch vandaag. De Iraanse rechterlijke macht leidt de vervolging van bahá’ís, temidden van toenemende publieke aanzetting tot discriminatie door staatsfunctionarissen, haatpropaganda en desinformatie gericht tegen de religieuze minderheidsgemeenschap.
“De Iraanse autoriteiten vervolgen bahá’ís meedogenloos en ontnemen hen de meest fundamentele mensenrechten, wat neerkomt op voortdurende misdaden tegen de menselijkheid – uitsluitend vanwege hun geloof”, aldus Bahar Saba, senior onderzoeker Iran bij Human Rights Watch. “Er is vrijwel geen enkel aspect van het leven van bahá’ís in Iran dat niet is getroffen door deze flagrante schendingen en misdaden volgens het internationaal recht.”
De laatste harde maatregelen van de regering, die na het conflict tussen Israël en Iran in juni 2025 werden opgevoerd, omvatten willekeurige arrestaties, ondervragingen, onterechte veroordelingen en gevangenisstraffen, evenals inbeslagnames van eigendommen.
Tussen juni en november 2025 documenteerde de BIC meer dan 750 vervolgingsacties in heel Iran, drie keer zoveel als in dezelfde periode in 2024. Deze incidenten omvatten meer dan 200 invallen in woningen en bedrijven, gevolgd door ondervragingen, die resulteerden in de detentie en arrestatie van ten minste 110 bahá’ís. Revolutionaire rechtbanken hielden hoorzittingen voor meer dan 100 personen en vaardigden nieuwe vonnissen uit tegen bahá’ís, variërend van twee tot tien jaar gevangenisstraf. Ten minste 45 mensen werden tijdens deze periode opgeroepen om hun gevangenisstraf uit te zitten. Onder de gevangenen bevinden zich moeders die van hun jonge kinderen zijn gescheiden.
“Een rechtssysteem dat rechtvaardigheid en neutraliteit zou moeten bieden en als toevluchtsoord tegen onderdrukking zou moeten dienen, fungeert in plaats daarvan als een wapen van vervolging tegen bahá’ís, dissidenten en andere religieuze en etnische minderheden in Iran”, aldus Simin Fahandej, vertegenwoordiger van de Bahá’í International Community bij de Verenigde Naties in Genève.
Rechters in Iran staan bekend om hun schokkende minachting voor een eerlijk proces en hun extreme religieuze vooroordelen tegen bahá’ís, de grootste niet-islamitische religieuze minderheid in Iran. In de afgelopen 45 jaar heeft een aantal beleidsdocumenten – opgesteld in overeenstemming met een memorandum uit 1991 dat is ondertekend door de hoogste leider van Iran – het opzettelijke en systematische beleid van de regering om bahá’ís te vervolgen aan het licht gebracht, onder meer via het rechtssysteem van het land.
In april 2025 heeft de Europese Unie sancties opgelegd aan delen van de Iraanse rechterlijke macht en aan verschillende rechters en openbare aanklagers wegens schendingen van de mensenrechten, waaronder de vervolging van bahá’ís.
“In zaak na zaak heeft de Iraanse rechterlijke macht laten zien dat zij niet bereid is haar heilige plicht als bevorderaar van gerechtigheid te vervullen”, aldus Fahandej. “In plaats daarvan heeft zij haar handen en haar reputatie bezoedeld met vonnissen die rieken naar vervolging en religieuze vooroordelen. Deze vonnissen zijn uitgesproken door rechters die keer op keer niet op zoek waren naar gerechtigheid, maar naar onderdrukking van de bahá’í-gemeenschap, en die nauw betrokken zijn bij het repressieve apparaat van de staat.”
De laatste golf van vervolging tegen bahá’ís wordt gekenmerkt door detenties in omstandigheden die kunnen neerkomen op gedwongen verdwijningen en een escalatie van lange gevangenisstraffen na grove oneerlijke processen. In sommige gevallen hebben rechtbanken aangedrongen op het opleggen van strenge straffen nadat het Hooggerechtshof vonnissen had vernietigd en nieuwe processen had gelast, of hebben ambtenaren strafrechtelijke procedures tegen bahá’ís heropend nadat zij waren vrijgesproken.
Volgens informatie die de BIC heeft verkregen, hebben veiligheidstroepen in Gorgan, in de provincie Golestan, op 12 november jl. de heer Farhad Fahandej gearresteerd nadat ze zijn huis hadden doorzocht en zijn persoonlijke bezittingen in beslag hadden genomen. Zijn verblijfplaats, de reden voor zijn arrestatie en de tegen hem ingebrachte beschuldigingen bleven wekenlang na zijn arrestatie onbekend. Fahandej had eerder al vijftien jaar in de gevangenis doorgebracht in verband met zijn religieuze overtuigingen.
Eind oktober 2025 werd Anisa Fanaian, ook een bahá’í die in het verleden vanwege haar geloof gevangen had gezeten, in Semnan door afdeling 10 van het Hof van Beroep van Semnan op basis van vaag geformuleerde aanklachten veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Het vonnis kwam nadat het Hooggerechtshof een vonnis van een lagere rechtbank tegen haar had vernietigd, na een verzoek om rechterlijke toetsing, en de zaak had terugverwezen voor een nieuw proces.
In een andere zeer verontrustende zaak, die alle kenmerken draagt van een staat die de rechterlijke macht als onderdrukkingsmiddel gebruikt, hebben de autoriteiten strafzaken tegen 26 bahá’ís in Shiraz heropend. Volgens informatie die de BIC heeft verkregen, werden de 26 vrijgesproken na een uitspraak van het Hooggerechtshof dat hun veroordelingen en straffen in 2022 vernietigde en een nieuw proces gelastte. De heropening van de strafzaak zou op verzoek van een voormalig provinciaal hoofdrechter zijn gebeurd, overeenkomstig binnenlandse wettelijke procedures die sterk wijzen op de directe betrokkenheid van het hoofd van de rechterlijke macht. Uit informatie die de BIC heeft verkregen, blijkt ook dat veel van de 26 personen bij hun eerste arrestatie in 2016 zijn gemarteld en mishandeld. In een incident dat symbolisch is voor de schendingen van de meest elementaire waarborgen voor een eerlijk proces door gerechtelijke ambtenaren, beledigde de voormalige president van het Hooggerechtshof de advocaat van de verdediging tijdens een routinevergadering, gooide hem uit zijn kantoor en zei: “Het zijn geen verdachten, het zijn criminelen.”
In een zaak die diende in de provincie Kerman op 29 november jl. meldde het Human Rights Activists News Agency dat het Hof van Beroep in die provincie de heer Shahram Fallah, 64, had veroordeeld tot negen jaar en zes maanden gevangenisstraf – verminderd van meer dan 13 jaar – en een jaar interne ballingschap op beschuldiging van “afwijkende educatieve en propagandistische activiteiten die in strijd zijn met de sharia” en “het vormen van een groep om de nationale veiligheid te verstoren”. De aanklachten komen overeen met die welke in andere zaken zijn gebruikt om het vreedzame Bahá’í-geloof strafbaar te stellen.
In Hamadan werden zes bahá’í-vrouwen – Neda Mohebbi, Atefeh Zahedi, Farideh Ayyoubi, Noura Ayyoubi, Zarrindokht Ahadzadeh en Jaleh Rezaie – op 26 oktober jl. in hechtenis genomen om hun gevangenisstraf uit te zitten. De autoriteiten hadden vijf van hen veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en de zesde tot een straf van zeven jaar. De vrouwen, van wie sommigen moeder zijn van jonge kinderen, werden beschuldigd van “afwijkende educatieve en propagandistische activiteiten die in strijd zijn met de sharia” en “lidmaatschap van de bahá’í-sekte”.
In Karaj werd mevrouw Nahid Behrouzi op 6 oktober veroordeeld tot een zware straf, waaronder vijf jaar gevangenisstraf en de inbeslagname van persoonlijke bezittingen wegens “afwijkende educatieve en propagandistische activiteiten die in strijd zijn met de heilige sharia”. Volgens informatie die de BIC heeft verkregen, hebben verschillende agenten haar op 29 augustus 2024 zonder arrestatiebevel en met geweld gearresteerd. Als gevolg daarvan liep ze blauwe plekken en een bloedneus op. Vervolgens werd ze 65 dagen vastgehouden zonder toegang tot een advocaat of adequate medische zorg. Tijdens het proces werd haar advocaat volledige toegang tot haar dossier geweigerd en werd geen bewijs geleverd om de aanklacht te staven.
In Shiraz werd Roya Sabet, een inwoner van de Verenigde Arabische Emiraten die naar Iran was gekomen om voor haar bejaarde ouders te zorgen, op 25 oktober 2025 gearresteerd door agenten van het Islamitische Revolutionaire Garde Corps en overgebracht naar de Adelabad-gevangenis om een gevangenisstraf van tien jaar uit te zitten die haar eerder was opgelegd. Uit informatie die door de BIC is onderzocht, blijkt dat zij in mei 2025 was veroordeeld op basis van ongegronde beschuldigingen van “samenwerking met burgers van de Israëlische regering” en “het vormen van een groep die de nationale veiligheid in gevaar brengt”. Zij krijgt ook een reisverbod van twee jaar en een verbod van vijf jaar op online activiteiten.
In een andere zaak die symbolisch is voor de intensivering van het harde optreden van de staat tegen bahá’í-vrouwen, bevestigden de autoriteiten op 28 september 2025 gevangenisstraffen van vijf tot tien jaar tegen tien bahá’í-vrouwen in Isfahan wegens “propaganda tegen de Islamitische Republiek” en “deelname aan afwijkende propagande- en onderwijsactiviteiten die in strijd zijn met de heilige sharia”.
Het beleid van de autoriteiten om de bezittingen van bahá’ís te onteigenen is ook onverminderd voortgezet. In een recente zaak in Isfahan constateerde de BIC dat de autoriteiten zich hadden beroepen op artikel 49 van de grondwet, een clausule die de staat in staat stelt om “illegale” bezittingen in beslag te nemen, om de legitieme eigendommen van 20 bahá’ís in de provincie, waaronder hun huizen, voertuigen en bankrekeningen, zonder eerlijke rechtsgang te confisqueren.
“Alle personen die betrokken zijn bij misdaden volgens het internationaal recht tegen bahá’ís in Iran, met inbegrip van openbare aanklagers en gerechtelijke ambtenaren, moeten ter verantwoording worden geroepen”, aldus Bahar Saba.
Bron: https://www.bic.org/news/iran-weaponizing-justice-system-persecute-bahais
Historische resolutie van het Europees Parlement verdedigt de rechten van de bahá’ís in Iran en veroordeelt de vervolging door de Islamitische Republiek
- Europarlementariërs hekelen de Iraanse campagne tegen de bahá’ís als “opzettelijke vervolging”, “een door de staat georganiseerde misdaad tegen de menselijkheid” en een “voortdurend patroon van tirannie”.
- De resolutie eist een einde aan de vervolging van de bahá’ís, de vrijlating van alle gewetensgevangenen, de vernietiging van onterechte veroordelingen, de teruggave van in beslag genomen bezittingen, de bescherming van begraafplaatsen en EU-sancties tegen Iraanse functionarissen.
Historische vrijspraak van Qatarese bahá’í verwelkomd
Arabische vertaling
Perzische vertaling
DEN HAAG, 22 oktober 2025 – Het Hooggerechtshof van Qatar heeft de recente vrijspraak van de prominente Qatarese bahá’í, Remy Rowhani, bekrachtigd in een historische uitspraak die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aantoont en het belang van religieuze co-existentie en gewetensvrijheid benadrukt. Lees meer
Judiciële autoriteiten van Isfahan nemen bezittingen van bahá’ís in beslag of confisceren deze
Perzische vertaling
DEN HAAG, 15 oktober 2025 – Drie gerechtelijke functionarissen in de provincie Isfahan, Iran, hebben inbeslagnamebevelen uitgevaardigd tegen verschillende lokale bahá’ís, die hierdoor worden geconfronteerd met het dreigende en catastrofale verlies van productiemiddelen, waaronder een pistachenotenplantage. Opperrechter Asadollah Jafari van Isfahan, rechter Morteza Barati en Mehdi Bagheri hebben in het verleden anti-bahá’í-uitspraken gedaan en twee van hen vallen onder sancties van de Europese Unie vanwege mensenrechtenschendingen.
“Burgers beroven van hun middelen van bestaan, waarvoor ze tientallen jaren hebben gewerkt, puur vanwege hun geloof, is ronduit staatsdiefstal”, aldus Simin Fahandej, vertegenwoordiger van de Bahá’í International Community bij de Verenigde Naties in Genève. “Dat een regering zich toestaat om op onrechtmatige wijze middelen van bestaan van individuen af te pakken vanwege hun geloof, is in wezen hen beroven. Daarbij komt nog de bredere economische druk waarmee alle Iraniërs te maken hebben, waardoor dit niets minder is dan een poging om de hele bahá’í-gemeenschap te af te knellen en te verarmen, waardoor ze zelfs de basisbehoeften van het leven ontberen.”
Het inroepen van artikel 49 van de Grondwet – dat de staat de bevoegdheid geeft om onrechtmatig verkregen eigendommen in beslag te nemen – om legitieme en productieve economische activa te confisqueren, zonder enig bewijs of een eerlijk proces, is een grove schending van de wet. In augustus meldde de BIC dat meer dan twintig andere bahá’ís, eveneens in Isfahan, op dezelfde manier al hun bezittingen dreigen te verliezen.
Het gebruik van artikel 49 door de rechterlijke macht van Isfahan legt de systematische campagne bloot om de bahá’í-gemeenschap te vervolgen door middel van onteigening en economische druk.
De laatste inbeslagnames werden bevolen door rechter Morteza Barati van de Revolutionaire Rechtbanken in Isfahan, die door de Europese Unie (EU) was gesanctioneerd vanwege zijn betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen. Barati had eerder al verklaard dat hij van plan was alle bahá’ís in Isfahan van hun bezittingen te beroven en dreigde met: “Als de rechtbank [artikel 49] inroept, zullen we uw leven ruïneren.”
Een gerechtelijk ambtenaar, Mehdi Bagheri, is ook betrokken bij de lopende zaken. Gedurende meerdere maanden en bij meerdere gelegenheden heeft hij verschillende bahá’ís de toegang tot de opperrechter ontzegd, waardoor ze niet in beroep konden gaan tegen hun zaak. De heer Bagheri heeft ook herhaaldelijk beweerd dat “de perverse bahá’í-sekte voortkomt uit Groot-Brittannië en het zionisme” – belachelijke uitspraken die desalniettemin een vorm van haatzaaiende taal zijn die al tientallen jaren door de Islamitische Republiek tegen de bahá’ís wordt gepropageerd. Hij verklaarde verder dat er om deze reden “geen rechtvaardiging is voor bahá’ís om de opperrechter persoonlijk te ontmoeten.”
De opperrechter van Isfahan, Asadollah Jafari, is zelf ook door de EU gesanctioneerd wegens mensenrechtenschendingen. Hierdoor is de kans dat deze rechterlijke ambtenaren in de huidige inbeslagnamezaken gerechtigheid kunnen krijgen, aanzienlijk kleiner geworden.
Het gedrag van deze gerechtelijke functionarissen weerspiegelt een algemene cultuur van autonomie en straffeloosheid bij acties tegen bahá’ís. Deze cultuur wordt bevorderd door de leiding van de Islamitische Republiek en resulteert vaak in extreme vormen van onderdrukking en vervolging waarvoor niemand ter verantwoording wordt geroepen.
De BIC begrijpt dat de bahá’ís in Isfahan alle legitieme opties in het land aangrijpen om de inbeslagnames ongedaan te maken. De kantoren van de president, het Ministerie van Justitie en de Iraanse rechterlijke macht hebben verklaard dat ze de onregelmatigheden in deze zaken zullen onderzoeken. Er blijven echter zorgen bestaan dat de rechtsgang in Isfahan willekeurig en ondoorzichtig verloopt, zonder een eerlijk proces, en dat advocaten van de bahá’ís bovendien de toegang tot dossiers of informatie wordt ontzegd.
Inbeslagnames op grond van artikel 49 worden bevolen door een speciale afdeling van de Revolutionaire Rechtbanken, die opereert onder het Uitvoerend Hoofdkwartier van Imam Khomeini’s Order (EIKO of Setad). Deze afdeling identificeert en confisqueert activa die illegaal zijn verkregen en geeft deze terug aan de rechtmatige eigenaren. Indien geen eigenaren worden geïdentificeerd, keren de eigendommen terug naar de staat, waarna ze via het EIKO-orgaan ter beschikking worden gesteld aan de persoon van de Opperste Leider. Dit betekent dat in beslag genomen bahá’í-activa worden doorgesluisd naar entiteiten die onder het directe gezag van de Opperste Leider staan.
Dezelfde rechterlijke macht in Isfahan heeft onlangs wrede en zware straffen opgelegd aan bahá’ís, buiten de artikel 49-zaken om. Zo zijn er gevangenisstraffen van in totaal 90 jaar opgelegd aan 10 bahá’í-vrouwen in de stad.
“De Iraanse autoriteiten hebben duidelijk gemaakt dat hun enige rechtvaardiging voor de vervolging van de bahá’ís in Iran, van arrestaties en gevangenschap tot economische verarming, hun geloof is, en niets meer”, aldus mevrouw Fahandej. “Hun ware bedoelingen zijn voor de wereld duidelijk. De geschiedenis zal ongetwijfeld een oordeel vellen over de wreedheid die de Iraanse Bahá’í-gemeenschap wordt aangedaan.”
“Maar het is vandaag dat deze daden moeten stoppen en dat bahá’ís als gelijkwaardige burgers moeten mogen leven en werken. De Iraanse regering, die verantwoordelijk is voor het welzijn van al haar burgers, moet de bahá’ís geruststellen dat hun levens en bezittingen beschermd zullen worden en dat alle bezittingen die op zo’n onterechte manier van de bahá’ís zijn afgenomen, moeten worden teruggegeven,” voegt ze eraan toe.
Achtergrond
Details over de getroffen bahá’ís – en de eigendommen die door de autoriteiten als doelwit zijn aangewezen – worden door BIC achtergehouden om hun veiligheid te beschermen in het kader van hun beroep tegen de inbeslagnamebevelen.
Bron: https://www.bic.org/news/isfahan-judiciary-seizes-and-confiscates-assets-bahais
Bahá’ís verwelkomen vrijlating Qatarese bahá’í Remy Rowhani
Arabische vertaling
DEN HAAG, 2 oktober 2025 — Remy Rowhani, een prominente bahá’í uit Qatar die in april werd gearresteerd en in augustus tot vijf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, is door een hof van beroep in Qatar vrijgesproken van de aanklachten tegen hem. De Bahá’í International Community (BIC) en de Nederlandse Bahá’í-gemeenschap zijn verheugd over dit nieuws en kijken uit naar zijn vrijlating.

Remy Rowhani, een prominente bahá’í uit Qatar die in augustus tot een gevangenisstraf van vijf jaar werd veroordeeld, is vrijgesproken
“We zijn verheugd dat Remy Rowhani, een vooraanstaande Qatarese bahá’í met een lange staat van dienst in eervolle openbare diensten, binnenkort uit de gevangenis zal worden vrijgelaten en dat de onterechte veroordelingen tegen hem zijn vernietigd”, aldus Saba Haddad, BIC-vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in Genève. “En we zijn opgelucht dat het Qatarese rechtssysteem de misverstanden van eerdere rechtszittingen heeft rechtgezet. Het recht heeft gezegevierd.”
Ook de Nederlandse Bahá’í-gemeenschap wil hierbij graag haar waardering uitspreken voor Zijne Hoogheid de Emir van Qatar en de rechterlijke macht van het land voor deze positieve ontwikkeling.
“De Arabische regio heeft de afgelopen jaren vooruitgang geboekt op het gebied van coëxistentie en diversiteit”, aldus dr. Haddad, “en de bahá’í-gemeenschappen in Qatar en de rest van de regio zijn loyale burgers die zich inzetten voor hun land. We hopen dat de vrijheid van Remy Rohani in de toekomst een teken is van meer van dergelijke vooruitgang in Qatar.”
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
- Bani Dugal, Principal Representative, New York, uno-nyc@bic.org, +19143293020
(English) - Dr. Saba Haddad, Representative, Geneva, geneva@bic.org, +41783082219
(English & Arabic) - Karlijn van der Voort, woordvoerder Nederlandse Bahá’í-gemeenschap, karlijn.vandervoort@bahai.nl, 0641044872
Bron: https://www.bic.org/news/bahais-welcome-acquittal-qatari-bahai-remy-rowhani








